Niemandsland
Als klein meisje van een jaar of acht logeerde ik bij mijn Beppe. Op een middag gingen we samen naar het graf van mijn Pake. Beppe deed een schoon zakdoekje in haar tas. Ik vond dat een spannend en eerbiedig moment, omdat ik dacht dat ze later zou gaan huilen omdat ze Pake zo miste. Het maakte me stil en onzeker.
Na het bezoek aan het graf vroeg ik, ” Beppe, is Beppe ook bang om dood te gaan?” Nee, zei ze, als je oud bent vind je dat niet erg. Wat een opluchting. Ik ging weer lekker spelen. Dat oud worden van mij duurde nog zo lang en doodgaan was blijkbaar niet erg.
Mijn andere Pake stierf toen ik tien jaar was. Ik mocht niet mee naar de begrafenis en mocht mijn Pake niet zien. Ik was daar erg kwaad en teleurgesteld over. De dood werd griezelig en geheimzinnig waartegen ik blijkbaar beschermd moest worden. Er werd me duidelijk gemaakt dat het niet normaal was dat ik er “zo graag” naar toe wilde.
Later toen mijn Beppe stierf, was ik oud genoeg en mocht ik “kijken.”
Gespannen en een beetje angstig liep ik naar de kist. De stilte en de rust en het niet meer levend zijn trof me. Maar beslist niet iets om bang voor te zijn.
Haar mooie witte haar lag los om haar hoofd op een paars satijnen kussen.
Als verpleegkundige ging ik in een verpleeghuis werken. Niet voor niets denk ik achteraf. Het is de plek waar de dood een dagelijkse gast is. Ik heb dan ook veel mensen in het stervensproces, vaak samen met familie en dierbaren, liefdevol mogen bijstaan.
De sereniteit en intimiteit van het sterven ervoer ik als heel intens. Iets dat groter was dan ikzelf. Het maakte me klein en nederig.
Maar wat is doodgaan eigenlijk? Ik bleef nieuwsgierig.
Mijn Heit zei op zijn sterfbed: “Van voor mijn geboorte weet ik niets en straks als ik dood ben weet ik ook niets.” Dat had hij van Sartre. Voor hem was het helder.
Op een keer bezocht ik een bijeenkomst (Satsang) over Non-Dualiteit, waar over de dood werd gesproken.
Iemand vertelde dat een vriendin nog altijd met haar overleden man sprak.
De leraar zei: “Ach hij was er daarvoor ook al niet, dus wat maakt het uit?” Dat ikje dat we denken te zijn is maar een illusie, een gedachte. Dus volgens deze leraar was er geen verschil tussen de dode en de levende echtgenoot! Er is tóch niet een echt iemand. Ik begrijp dat het beeld dat wij hebben van een persoon sterft. Je ontmoet jezelf in alles en iedereen, maar dat warme lijf dan? Er is schijnbaar wel een organisme dat voelt, aanraakt, praat en stofzuigt. Maar is alle stoffelijkheid blijkbaar toch maar fantasie?
Bestaat doodgaan dan eigenlijk wel? En wie of wat gaat er dood?
Ik heb niet het antwoord, maar kan wel vertellen hoe ik het mij nu voorstel.
Zo lang ik leef is er iets wat altijd onveranderlijk bij me is. Iets wat nooit ouder is geworden. Het is een ruimte die altijd helder, open en tijdloos aanwezig is.
Gevoelens, handelingen, geluid, gedachten, pijn, kortom alles…verschijnt daar in.
Ik zie het als het ongrijpbare, onzichtbare maar overal aanwezige Bewustzijn.
(Je kunt Bewustzijn ook vervangen door, Energie, Eenheid, God, Liefde, Bron, Licht, Wonder, Leven, Universum, de Is-heid, het Ene, Dit of Natuur.)
Spinoza noemde het de eeuwige en oneindige substantie.
Is Bewustzijn persoonlijk?
Ik stel me voor dat ik de expressie ben van dat Bewustzijn of Eenheid en dat alles en iedereen dat is. Je bent er altijd één mee. En omdat het alles is, gaat er nooit iets af en komt er nooit iets bij. Het blijft altijd in tact, ongeacht in welke vorm het zich manifesteert. Het ikje kan daar dus nooit van afgescheiden zijn! Niet ik en het Bewustzijn, niet ik en de Eenheid, niet ik en God of ik en mijn Leven. Zelfs niet ik en die boom daar! Je bent zelfs wat je eet. Grappig toch? Het bewustzijn is vormeloos, maar draagt alle vormen in zich.
De dood staat dan niet los van het leven.
Je denkt dat je een sterretje bent maar je bent het oneindige Universum.
Soms kan het ikje ineens even weg zijn. Dat kan zelfs gebeuren door het lezen van dit verhaaltje. Dan is er alleen maar Dit en Eenheid met alles. Puur bewustzijn dat ervaart.
Als je het ziet, is er zien, (vrij naar Cruijf).
Dat zijn de zogenaamde glimpen. Als je eenmaal hebt ervaren dat er leven is zonder ikje kun je onmogelijk nog aannemen dat je dat ikje bent! Soms schijnt ikje voor altijd te kunnen verdwijnen. Je bent dan Gerealiseerd of Verlicht.
Ik denk dat veel mensen pas op hun sterfbed de totale Realisatie van Eenheid ervaren, wanneer er niets meer is om aan vast te houden. Sterven is het toppunt van loslaten en overgave.
Of er iets is na de dood?
In mijn Eenheidservaring, die ik kreeg toen ik me volkomen machteloos voelde van verdriet en niet meer wist hoe verder, vielen leven en dood samen in een totaal één zijn met alles. Er was tijdelijk geen ik en geen lichaam meer. Alles was Energie. Het was Niemandsland waar allesomvattende en onvoorwaardelijke liefde stroomde.
Ook een sterretje dat uiteindelijk valt is en was altijd al één met die stroom.
Was het een kijkje achter de schermen? Wie weet……
Tot zover! Hier is nog levensenergie die zich dagelijks verbaast en samen geniet met andere geliefde vormen, over het Wonder dat Is!
Tussen Zijn en niet Zijn.
Sibbelien

Zijn… ! Mooi citaat ook van sartre.