Gedachten over “De Dood”

Niemandsland

Als klein meisje van een jaar of acht logeerde ik bij mijn Beppe. Op een middag gingen we samen naar het graf van mijn Pake. Beppe deed een schoon zakdoekje in haar tas. Ik vond dat een spannend en eerbiedig moment, omdat ik dacht dat ze later zou gaan huilen omdat ze Pake zo miste. Het maakte me stil en onzeker.
Na het bezoek aan het graf vroeg ik, ” Beppe, is Beppe ook bang om dood te gaan?” Nee, zei ze, als je oud bent vind je dat niet erg. Wat een opluchting. Ik ging weer lekker spelen. Dat oud worden van mij duurde nog zo lang en doodgaan was blijkbaar niet erg.

Mijn andere Pake stierf toen ik tien jaar was. Ik mocht niet mee naar de begrafenis en mocht mijn Pake niet zien. Ik was daar erg kwaad en teleurgesteld over. De dood werd griezelig en geheimzinnig waartegen ik blijkbaar beschermd moest worden. Er werd me duidelijk gemaakt dat het niet normaal was dat ik er “zo graag” naar toe wilde.

Later toen mijn Beppe stierf, was ik oud genoeg en mocht ik “kijken.”
Gespannen en een beetje angstig liep ik naar de kist. De stilte en de rust en het niet meer levend zijn trof me. Maar beslist niet iets om bang voor te zijn.
Haar mooie witte haar lag los om haar hoofd op een paars satijnen kussen.

Als verpleegkundige ging ik in een verpleeghuis werken. Niet voor niets denk ik achteraf. Het is de plek waar de dood een dagelijkse gast is. Ik heb dan ook veel mensen in het stervensproces, vaak samen met familie en dierbaren, liefdevol mogen bijstaan.
De sereniteit en intimiteit van het sterven ervoer ik als heel intens. Iets dat groter was dan ikzelf. Het maakte me klein en nederig.
Maar wat is doodgaan eigenlijk? Ik bleef nieuwsgierig.

Mijn Heit zei op zijn sterfbed: “Van voor mijn geboorte weet ik niets en straks als ik dood ben weet ik ook niets.” Dat had hij van Sartre. Voor hem was het helder.

Op een keer bezocht ik een bijeenkomst (Satsang) over Non-Dualiteit, waar over de dood werd gesproken.
Iemand vertelde dat een vriendin nog altijd met haar overleden man sprak.
De leraar zei: “Ach hij was er daarvoor ook al niet, dus wat maakt het uit?” Dat ikje dat we denken te zijn is maar een illusie, een gedachte. Dus volgens deze leraar was er geen verschil tussen de dode en de levende echtgenoot! Er is tóch niet een echt iemand. Ik begrijp dat het beeld dat wij hebben van een persoon sterft. Je ontmoet jezelf in alles en iedereen, maar dat warme lijf dan? Er is schijnbaar wel een organisme dat voelt, aanraakt, praat en stofzuigt. Maar is alle stoffelijkheid blijkbaar toch maar fantasie?

Bestaat doodgaan dan eigenlijk wel? En wie of wat gaat er dood?
Ik heb niet het antwoord, maar kan wel vertellen hoe ik het mij nu voorstel.
Zo lang ik leef is er iets wat altijd onveranderlijk bij me is. Iets wat nooit ouder is geworden. Het is een ruimte die altijd helder, open en tijdloos aanwezig is.
Gevoelens, handelingen, geluid, gedachten, pijn, kortom alles…verschijnt daar in.
Ik zie het als het ongrijpbare, onzichtbare maar overal aanwezige Bewustzijn.

(Je kunt Bewustzijn ook vervangen door, Energie, Eenheid, God, Liefde, Bron, Licht, Wonder, Leven, Universum, de Is-heid, het Ene, Dit of Natuur.)
Spinoza noemde het de eeuwige en oneindige substantie.

Is Bewustzijn persoonlijk?
Ik stel me voor dat ik de expressie ben van dat Bewustzijn of Eenheid en dat alles en iedereen dat is. Je bent er altijd één mee. En omdat het alles is, gaat er nooit iets af en komt er nooit iets bij. Het blijft altijd in tact, ongeacht in welke vorm het zich manifesteert. Het ikje kan daar dus nooit van afgescheiden zijn! Niet ik en het Bewustzijn, niet ik en de Eenheid, niet ik en God of ik en mijn Leven. Zelfs niet ik en die boom daar! Je bent zelfs wat je eet. Grappig toch? Het bewustzijn is vormeloos, maar draagt alle vormen in zich.
De dood staat dan niet los van het leven.
Je denkt dat je een sterretje bent maar je bent het oneindige Universum.

Soms kan het ikje ineens even weg zijn. Dat kan zelfs gebeuren door het lezen van dit verhaaltje. Dan is er alleen maar Dit en Eenheid met alles. Puur bewustzijn dat ervaart.
Als je het ziet, is er zien, (vrij naar Cruijf).
Dat zijn de zogenaamde glimpen. Als je eenmaal hebt ervaren dat er leven is zonder ikje kun je onmogelijk nog aannemen dat je dat ikje bent! Soms schijnt ikje voor altijd te kunnen verdwijnen. Je bent dan Gerealiseerd of Verlicht.
Ik denk dat veel mensen pas op hun sterfbed de totale Realisatie van Eenheid ervaren, wanneer er niets meer is om aan vast te houden. Sterven is het toppunt van loslaten en overgave.

Of er iets is na de dood?
In mijn Eenheidservaring, die ik kreeg toen ik me volkomen machteloos voelde van verdriet en niet meer wist hoe verder, vielen leven en dood samen in een totaal één zijn met alles. Er was tijdelijk geen ik en geen lichaam meer. Alles was Energie. Het was Niemandsland waar allesomvattende en onvoorwaardelijke liefde stroomde.
Ook een sterretje dat uiteindelijk valt is en was altijd al één met die stroom.
Was het een kijkje achter de schermen? Wie weet……

Tot zover! Hier is nog levensenergie die zich dagelijks verbaast en samen geniet met andere geliefde vormen, over het Wonder dat Is!
Tussen Zijn en niet Zijn.

Sibbelien

“Is er een doel of is er een betekenis van dit alles, behalve die welke het ikje er aan geeft?”Sibbelien

          Het ontstaan van Ego/ Ikje

Het kind is met zijn ouders op een camping waar ook zijn grootouders hun caravan installeren. Hij komt ze al snel opzoeken.
Op zijn loopfietsje zien ze hem aankomen. Oma roept: ” Wie hebben we daar?” Zijn heldere antwoord: ” Ik ben het!”

Hij was ongeveer een jaar of drie. De grootouders genoten ervan om zijn ontwikkeling te kunnen volgen, hoe hij van baby peuter was geworden en hoe het ikje op een gegeven moment zijn intrede deed.

Het bewustzijn dat zich gaandeweg uit in “Ik”! 

We verlaten de camping om zijn leventje nader in beschouwing te nemen.

Zijn lerend vermogen is ongelooflijk. Hij bestudeert zijn omgeving en zijn ikje is als een spons die alles in zich opneemt. Hij leert bijvoorbeeld dat winnen leuker is dan verliezen en dat veel meestal prettiger is dan weinig. Dat iets goed of fout is en dat zijn Lego-behoefte onstilbaar is. In het huis van zijn grootouders hangen tekeningen en knutselwerkjes die hun kleinzoon trots aan ze geeft en die zij vol vreugde en dankbaarheid in ontvangst nemen.
Omdat hij omringd is door andere ikjes, leert hij zich schuldig te voelen en verantwoordelijk. Dat er willen is en keuzes maken. Hij ondekt dat hij iets zegt of doet wat een ander leuk vindt of juist niet. Naast veel waardering krijgt hij ook af en toe afkeuring. Natuurlijk maakt hun kleinzoon ook pijnlijke en traumatische ervaringen mee, maar hij weet zich veilig in de liefde en de aandacht die hij krijgt en kan zelf ook liefde geven. Die keer toen hij het verdriet zag van zijn oma toen hun hondje was overleden en haar heel lief troostte.
Terwijl hij opgroeit ontstaat er een aangeleerd en geconditioneerd zelfbeeld, wat de basis voor is voor, ” wie hij denkt dat hij is”. Hij ervaart zijn gedachten en gevoelens als echt, waardoor zijn ikje concreet en werkelijk lijkt. 
Het ikje is als het ware een jas met heel veel zakken waarmee een mens kan functioneren en overleven in de ingewikkelde samenleving.

Maar zoals alles in de natuur zoekt hij veiligheid en geborgenheid en probeert pijn te vermijden.
Op het moment van dit schrijven is hij inmiddels 7 jaar.

We gaan in dit verhaal over zijn ikje even in fantasie verder met zijn volwassen leven.
Wie weet herinnert hij zich op een gegeven moment dat er iets is dat niet is meegegaan op zijn pad. Iets waar hij geen woorden aan kan geven, maar toch iets van onvrede of een gemis veroorzaakt. Een gevoel dat er meer moet zijn dan “dit.”
Omdat het ikje soms tekorten voelt en in snelle oplossingen denkt, zoekt hij de compensatie van dat gevoel bijvoorbeeld in de materiële wereld, maar hij ontdekt dat deze bevrediging steeds maar tijdelijk is. Er is steeds weer iets nieuws nodig en meer. Het ikje lijkt wel een “rupsje nooitgenoeg.”
Hij is moe van het zich te moeten bewijzen, geliefd en succesvol te zijn en de voortdurende strijd een “Iemand” te moeten zijn. Zijn gedachten gaan soms uit naar zijn grootouders waar hij zich altijd zo geliefd en welkom voelde gewoon om wie hij was.

Verder in deze toekomstdroom gaat hij op reis en heeft hij een bijzondere ervaring. Hij staat bovenop een berg en kijkt naar het immense uitzicht en plotseling voelt hij zich verdwijnen en één worden met de omgeving.
De wereld waar hij altijd liefde dacht nodig  te hebben, keert zich als het ware om en hij voelt dat de liefde in hemzelf zit.
Het is als terugkeren naar, wat je kunt benoemen als de oorspronkelijke staat. De staat voordat hij alles onderscheidde in ontelbare fragmenten.
Vanaf dat moment ontstaat er een nieuw bewustzijn en verandert zijn leven.
Het streven valt van hem af en een gevoel van rust daalt op hem neer. Hij hoeft alleen maar te Zijn. Simpel Zijn met wat Ís. De hoofdrol van het ikje is een bijrol geworden.
Hij ziet nu in dat het ikje een soort van afscheidingslaag was (jas), die hij als het ware ontmantelt en waaronder hij weer de eenheid voelt met alles, inclusief het ikje.

Het is landen in het onmiddellijke Nu, waar de ledigheid en de volheid van dit moment is. ……daar tussen wel een ikje en geen ikje.

Wie weet leest hij ooit dit verhaaltje in de verre toekomst, wanneer zijn grootouders hem reeds zijn voorgegaan in de armen van de  onvoorwaardelijke liefde waar alles eindigt en begint.

                            ~ EINDE~

De Eenheid

Er van uitgaande dat alles Eenheid is en er niets is dat daar los van staat, dan maak je er zelf ook deel van uit. Dan voel je wanneer je met vergif strooit, dat je de aarde bent en je jezelf vergiftigt. Dat wanneer je vuil op straat gooit of in de natuur, je zelf de natuur bent en je jezelf vervuilt.
Het lijden van de dieren in de bio-industrie wordt jouw lijden.
De uitdrukking, “ Wat u niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet”, wordt de dagelijkse praktijk. sterker nog, dan is er geen ander…..

Denk eens aan je ademhaling, waar voel je de grens tussen jou en de wereld? Er is geen grens, je ademhaling is één met de wereld om je heen. Er is een voortdurende interactie. Mijn buurman spoot gif op zijn brandnetels en onmiddellijk voelde ik dat mijn speekselklieren pijn deden. Wat we inademen hangt dus af van de omgeving, in en uit. We zijn er onderdeel van. Denk ook aan water, het leven is een kringloop.
Als we inzien dat onze gezondheid en ons welzijn afhankelijk is van de gezondheid van alles en iedereen waarmee we interacties hebben, dan gaan we ons er misschien meer om bekommeren. We zijn dan geen voorbijgangers meer, maar onderdeel van het geheel.

Door de prominente rol van het ego zetten we onszelf op de eerste plaats en onze omgeving op de tweede. Zolang het ego niet beperkt wenst te worden en zichzelf op de eerste plaats blijft zetten, gaat er niets veranderen. Egocentrisme kun je een ziekte noemen, wordt dat ingezien, dan wordt de schijnbare onafhankelijkheid van het ego losgelaten.
Dan is de ziekte voorbij en kan de wereld beter worden.

Dan gebeurt het misschien vanzelf dat we zoveel mogelijk onbespoten voedsel willen eten. Zo min mogelijk de natuur willen verstoren. We geen dieren meer eten, zwerfvuil gaan oprapen en een verdwaalde worm op straat in het gras zetten.
We respecteren en ervaren anderen en onze omgeving als onszelf.
Hoe kan er dan nog oorlog zijn, denk ik dan.

Voor de de Eenheid maakt het trouwens geen ene moer uit, die blijft onaangetast. Die zegt niet: “Hee, waar zijn jullie nou mee bezig?” De Eenheid accepteert, je kan het onvoorwaardelijke liefde noemen, alles zonder uitzondering. Omdat het alles Is! Dingen gebeuren of niet. En ik, ik maak er een verhaal van……



De rode draad. Leestijd 4 minuten. Verwerkingstijd plm 83 1/2 jaar.

Dit is het verhaal van het gekwetste ikje/ ego. Over pijn die het ikje al op heel jonge leeftijd heeft opgelopen en waardoor het in bepaalde overtuigingen en verhalen is gaan geloven. Zoals in mijn geval dat het ikje zich er niet bij horen voelde, zich snel ergens onwelkom, afgewezen en niet gezien voelde.
Of deze: “ Ik ben niet goed genoeg”, die internationaal met stip op nummer 1 staat!
Het zijn de rode draden van pijn in het leven en komen soms van vele generaties ervoor. Deze draden vormen samen een kluwen waar de pijn schijnbaar veilig in verstopt zit.
Wanneer je in het huidige moment het idee hebt dat iemand geen rekening met je houdt, of iemand doet niet wat je verwacht, of je krijgt kritiek, dan voel je dat er even aan een oude pijnlijke draad getrokken wordt die de overtuiging bevestigt. “Zie je wel”, zegt het ikje dan, “ik ben niet goed genoeg.”
Krijgt het daarentegen complimentjes dan ontspannen de draden weer. Het wordt gezien! Deze twee reacties zijn verhalen uit hetzelfde oude boek.

Zo zijn er veel voorbeelden van overtuigingen die heel subtiel en slinks als sluikreclame kunnen langskomen. Denk ook even aan socialmedia, wat de reacties of de “likes” daar met je doen.
Ooit heb ik zo’n 300 slogans van het ikje opgeschreven. (Zie foto onderaan)
Het ikje is bijzonder in die zin dat het alle facetten van het emotionele spectrum bevat. Van empathie tot haat. alles lijkt om het ikje te draaien.
Het maakt allemaal deel uit van het wonderlijke menselijke bestaan, waarin het ikje onontbeerlijk is.


Het ikje probeert aan alle kanten te voorkomen dat deze oude gekwetstheden worden getriggerd. Overigens wil het ook voorkomen dat het andere ikjes kwetst. Het kan maar zo gebeuren dat iemand boos of verdrietig wordt!
Uit angst en zelfbehoud past het zich aan want ieder woord kan verkeerd vallen. Het is daardoor altijd alert en leert al snel hoe de vlag erbij hangt.
Er is zo’n diep verlangen naar liefde en acceptatie of juist de angst die kwijt te raken, dat het ikje daar alles voor wil doen. Er lijkt een voortdurende dreiging te zijn voor het bestaan.
Zo ontstaat gemakkelijk “please gedrag.”

Het ikje lijkt wel een soort van silly-putty van de omgeving. Die voor een groot deel bepaalt hoe het zich voelt. Het heeft het er dan ook enorm druk mee om zichzelf te beschermen. Voortdurend worden de rode draadjes waar aan wordt getrokken weggewerkt achter bijvoorbeeld, nog meer je best doen (pleasen), boosheid, zelfverwijt, onverschilligheid of door beschuldigend en wrokkig te zijn. Soms leidt dit tot verslavingen. Het kost trouwens nogal wat energie om de triggers te laten lijken op de oude overtuigingen en die als het ware na te spelen. Het ikje is een geweldige acteur in het eigen theater.
Kortom het is hard werken. Het is eigenlijk doodvermoeiend een ikje te zijn.

Ondanks dat het heel normaal en natuurlijk voelt om een ikje te zijn, wil ik je toch uitnodigen om eens te onderzoeken of het wel zo vanzelfsprekend is dat dat ikje zo’n prominente rol speelt.
Stel je eens voor dat het een concept is van het brein, een gedachte die ooit is opgerezen toen je een kind was. Als kind was er honger, kou, boosheid, huilen, pijn, knuffelen, spelen etc. Er was eenheid met het leven. Maar dan op enig moment wordt het onbewuste bestaan het bewuste bestaan en krijgt een naam, “ik”!
Je lijkt op dat moment schijnbaar afgescheiden te worden van die “Eenheid van leven”*1. Het ikje denkt vanaf dat moment het leven te “doen.”
Het ontstaan van die hele bol van draden belemmert in toenemende mate het zicht op dat wat je in wezen bent. Dat wat je bent in de puurste vorm. Ook wel het “Ware Zelf”*2 genoemd

Zodra je dat hele ik-bolwerk doorziet, kan het zijn dat de verhalen en overtuigingen steeds minder betekenis en inhoud krijgen. Je ziet dat het allemaal bedenksels zijn. De verhalen gaan klinken als holle vaten, omdat ze leeg zijn……..het worden lege woorden! Het hele geconditioneerde bestaan van denken en voelen wordt afgepeld. De gecreëerde wereld blijkt een luchtbel.
Het wil niet zeggen dat er dan geen emoties meer zijn of geen pijn meer is. We blijven voelende menselijke wezens. Pijn is dan gewoon even pijn die voorbij komt, maar de verhalen er omheen drogen steeds meer op.
Een boom boomt, een mol molt en een mens mens nu eenmaal.

Het kan ook zijn dat je een liefdevol iemand tegenkomt die samen met jou de rode draden ontwart, of je maakt een ingrijpende gebeurtenis mee waardoor het hele ik-bolwerk wegvalt.
Er is dan geen ikje meer dat nog van alles uit de kast haalt om de pijn die bovenkomt komt te onderdrukken. De hoofdrol van het ikje is uitgespeeld.
Er is acceptatie van en overgave aan wat is.
Wat rest…….is Zijn……..simpel Zijn.
Je lost op in de stille stroom van de Bron van zachtheid en onvoorwaardelijke liefde waar je nooit van afgescheiden bent geweest en waar al die verhalen er niet meer toe doen…….ook dit verhaal niet!

*1*2 Eenheid en Leven en het Ware Zelf.
Google:
Eenheid ven Leven: Al het leven is pure vormloze energie die zich manifesteert in alles wat vorm krijgt.
Het ware Zelf: Authentieke zelf, innerlijke kern,zit verborgen achter rollen en is gelukkig zonder reden.

Voor mij is alles de expressie van de Eenheid van Leven, ook het ikje(ego) én het Ware Zelf. Je bent om het zo te zeggen omringt door jezelf zonder grenzen. Het is de totale manifestatie zonder uitzonderingen. Ik noem het zelf meestal de Bron van alles.
Ik weet, het zijn steeds maar weer woorden en concepten. Het klinkt gek, maar eigenlijk is het niet in woorden te vatten of te kennen, omdat je het zelf bent.
Maar het maakt allemaal niet uit, veel verhalen of weinig verhalen, een ikje of het Ware Zelf. Het ene is niet beter dan het ander er is niet iemand die iets fout doet of nog beter zijn best moet doen om het te doorzien.
Het is gewoon wat gebeurt, want alles is Eenheid van Leven en leven gebeurt vanzelf. Schrijven over de Eenheid is ook Eenheid!
We willen altijd graag de juiste woorden voor iets hebben. Iets dat we kunnen snappen, vastpakken, geloven en waar we weer een nieuw verhaal van kunnen maken.
Probeer eens tussen de woorden door de lezen. Wat zit er tussen de eenheid en geen eenheid…….wat voel je……wat komt binnnen…..,zonder woorden?

Zie jij het anders, ik hoor het graag.

Leafs Sibbelien

Geloof niets

Wat hier op deze site geschreven staat geloof het gewoon niet. Het is niet waar!

Hoe snel ontstaat er niet een verhaal en vullen we in hoe iets is gegaan of gaat gebeuren. Complottheorieën ontstaan soms waar je bij staat. We weten niet meer wat echt waar is.
Hoe en wat we geloven lijkt vooral te worden bepaald door waar we opgroeien en wat we mee krijgen aan verhalen.

Hoe jij je leven invult kan zomaar gaan over die geloofsystemen en verhalen. Zo ga je dan de wereld in met al je ideeën en je kijkt naar de wereld als bewijs dat wat jij gelooft de waarheid is.

Maar misschien zit de waarheid wel in de ruimte tussen geloven en niet geloven in. Daar vinden we wellicht het Niets dat gewoon Is. Waar geen woorden zijn en al onze gedachten in die stilte kunnen oplossen.

Ik zou dat zomaar kunnen geloven….

Mijn bubbel hieronder!

Hunebed ontmoeting

Tijdens een wandeling met een vriendin rusten we even uit bij een hunebed op een picknickbankje.
Een jongeman liep rond bij het hunebed. We besteden er in eerste instantie geen aandacht aan, maar toen viel ons op dat hij bewegingen maakte met zijn armen en op blote voeten liep. Het leek of hij de stenen bedankte, want hij boog diep voor ze.
We gingen er even goed voor zitten om het gebeuren te aanschouwen.
De jongeman kreeg het in de gaten en vroeg ons met hem mee te doen. Ik liep naar hem toe, omdat ik benieuwd was wat hij aan het doen was. Hij vertelde dat hij naar deze heilige plek was geroepen. Ik vroeg: “ je kreeg ineens een impuls om hier te moeten zijn?” Hij bevestigde dat en zei dat hij deze plek moest eren.
Ik keek hem in de ogen en ik zag een kind, onschuld en veel liefde. Ik zei: “jij voelt heel veel liefde nu voor alles.”
Hij knikte en deed zijn hand op zijn hart en antwoordde dat hij een bijzonder moment ervoer. We bleven elkaar aankijken. Onze ogen vloeiden samen in tijdloosheid. Spontaan omhelsden we elkaar en bleven even zo staan. We lieten elkaar los en hij bedankte mij voor de bijzondere ervaring en dat hij er erg blij mee was. Ik bedankte hem ook.
Mijn vriendin en ik vervolgen onze wandeling. Ik wist niet zijn naam of wie hij was. We waren gewoon even samen. Met een fijn gevoel, bijna onwerkelijk liep ik verder.
Het was voor mij een ontmoeting waarbij er geen grens meer werd ervaren en geen ander meer werd gevoeld. Er was alleen het Zijn en de oneindige ruimte in ogen die hetzelfde zagen.

Dit is echt gebeurd, maar het is mijn verhaal. Dat van hem is vast heel anders, maar dat zullen we helaas nooit weten.

Boosheid 2

Ik moest ineens denken aan het verhaal van “De lege boot”.
Er was eens een monnik die geen rustige plek kon vinden om te mediteren. Uiteindelijk ging hij met een bootje midden op het meer liggen. Ankertje uit, hup in de lotushouding en de oogjes dicht. Daar zat hij eindelijk ongestoord zichzelf te verkennen. Maar ineens klaboem!
De boot schokte en de monnik werd woedend! Welke sukkel…scheldend en tierend ook van de schrik, deed hij zijn ogen open, maar tot zijn verbazing zat er in de boot die tegen hem aan was gevaren niemand!
Hij ontdekte op dat moment dat de boosheid die hij voelde in hem zat en niet veroorzaakt werd door iemand anders. Wat een ontdekking, daar kon geen meditatie tegenop. Hij raakte in één keer verlicht! In het vervolg, wanneer hij door iemand irritatie voelde opkomen, dacht hij onmiddellijk aan de lege boot.
En hij leefde nog lang en gelukkig.
Dat was het einde van het verhaal……

Maar stel dat het verhaal nog verder ging en de monnik in de boot zich af zou vragen; “wat vertelt deze boosheid mij?” Daar zou hij vast over gaan mediteren en dan zou hij mogelijk ontdekt hebben dat onder die boosheid een gekwetst kindje zit. Een kindje waar geen rekening mee werd gehouden, wiens ruimte niet gerespecteerd werd of die niet werd gezien. Hij zou zich afvragen of het waar was en of hij dat nog wilde geloven.
Dan zou hij de pijn en het verdriet kunnen voelen van dat kindje, hij zou huilen en het met heel zijn hart liefhebben. Misschien ontdekken dat de boosheid een camouflage was voor wat hij in werkelijkheid is, namelijk louter liefde en licht die verstoord was door de overtuigingen over wie hij dacht dat hij was.
Dankbaar zou hij de lege boot meenemen op de terugweg naar huis.

En mocht zijn lichtje niet uitgegaan zijn, dan brandt het nu nog.

Mijn eigen beste vriendin

Tijdens mijn ziekte voelde ik mij eens eenzaam, alleen en ellendig. De hele ochtend hing ik met deze wanhopige gedachten op de bank. Had ik maar een vriendin waar ik altijd welkom ben en alles mee kan delen. Ik voelde een diep verlangen. Al mijn behoeftes zouden vervuld worden. Maar waar vind ik zo’n vriendin?
Opeens was er een soort van bliksemflits en een stem die zei, “ je bent het zelf!”
Je bent je eigen beste vriendin. Je bent altijd welkom bij haar, ze begrijpt je en is alleen maar liefde.
De hele dag danste ik inwendig en was er eenheid en heelheid. Mijn eigen beste vriendin is hier!

De rivier

26 mei 2018

Vanochtend stond ik op het bruggetje en keek in de rivier. Ik zag een kikkervisje zwemmen. Ineens werd ik overmand door ontroering. Tranen stroomden plotseling voor dit nieuwe leven dat blind de wereld ingaat en het leven moet leven. Het leven als een onontkoombaar lot.
Ik ben het natuurlijk zelf die daar zwemt. Niet wetend welke richting het opgaat. Het overgeleverd zijn aan het leven.
Het leven dat door alles heen gewoon Is!
Tevens kwamen er ook gevoelens van vreugde, dankbaarheid en liefde. Het mogen ervaren van dat alles. Simpel door te Zijn in de stroom van de muziek van het leven waar alles een plaats heeft.

Boosheid 1

Mijn ikje kan soms erg geraakt zijn en boos worden. Er komt dan een stroom boze en verontwaardigde woorden uit mijn mond die niet te stoppen zijn. Ik voel de energie ervan door mijn lijf razen. Terwijl het gebeurt is er bewustzijn dat het observeert. Ongelooflijk wat die gekwetstheid allemaal voor verhalen bij elkaar weet te harken. Het vernederd en onrechtvaardig behandeld voelen en dat de ander mij nooit begrijpt komt voorbij.
Het voelt stiekem heerlijk om pijnlijke woorden uit te storten. Die ander moet nu maar eens voelen wat hij allemaal met mij doet.
De ander kan er gelukkig tegen en laat het uitrazen. Hij vraagt soms of het al klaar is.
Als het stopt en alle woorden zijn bevrijd, kijken we elkaar aan en vallen elkaar lachend in de armen.
Boosheid is gewoon even boosheid. Niets persoonlijks.